De wereld rond

Het zijn economisch zwakkere en onzekere tijden. Het zijn tijden waarin tijd geld is. Vandaar dat als je even de tijd hebt, je koopjes kan doen. Een eindje varen hoeft niet altijd cruise-duur te zijn. Je kan ook een cargoboot nemen en zo de wereld rond dobberen. Cargoschepen steken in steeds grotere getalen de wereldzeeën over, gestuwd door onze honger naar goedkope producten. Het zijn misschien geen toonbeelden van drijvende luxe, maar daarom des te interessanter voor wie veel tijd heeft en op zoek is naar avontuur.

Net omdat cargoboten de hele wereld doorkruisen kan je er zowat overal mee geraken. Voordeel is bovendien dat heel wat schepen een (tussen)stop maken in Antwerpen, Duinkerken of Le Havre. Je hoeft dus niet eens ver te rijden om aan boord te gaan. Verwacht je eens je ingescheept bent aan eenvoudige accomodaties en een dagschema dat draait rond de drie maaltijden. Je mag natuurlijk wel rekenen op je eigen hutje. De meeste bemanningen zijn maar wat blij dat ze een nieuw gezicht zien en zullen je als een vip behandelen. Of zoals een passagier het omschreef: “Ik kon genieten van de meest geweldige menu’s, een leuke sfeer én taksvrije porto”.

Rond de wereld in 100 dagen

De prijs schommelt nogal, maar bedraagt meestal tussen de 50 en de 90 euro per dag. Dat is met andere woorden best goedkoop, als je nagaat dat werkelijk alles inbegrepen is. Uiteraard moet je wel voldoende tijd uittrekken: reken voor een overtocht van de Atlantische Oceaan op een negental dagen. Een reisje rond de wereld duurt al snel 100 dagen of meer. Omdat cargoboten tegenwoordig als lijndiensten opereren kan je perfect ergens aan wal gaan en een week of twee later terug inpikken.

Er zijn op het net heel wat gespecialiseerde sites te vinden en er bestaan heuse reisbureaus waar je je trip op een cargoboot kunt boeken. De twee belangrijkste namen zijn het Canadese A la Carte Freighter Travel en het Duitse Hamburg Süd Reiseagentur. Die laatste biedt bijvoorbeeld een reisje van Antwerpen naar Jamaica, Colombia, Guatemala en Honduras en terug aan voor 3.825 euro. Je verblijft 42 dagen lang aan boord van een 178 meter lang containerschip en kan profiteren van de twee zwembaden (één binnen, één in openlucht), de sauna en het fitnesscentrum.

bron: netto-tijd.be

 

Een mosseltje in een wijntje

In de Mosselbeurs. bekenste mosselrestaurant in Oostende, bleek uit een smaaktest dat de Belgische mossel lekkerder én goedkoper is dan de Zeeuwse. De belangstelling van restaurants voor de Belgicamosselen die gisteren in de Oostendse vismijn werden aangevoerd, is alleszins groot.

Wie echt een lekkere mossel met goeie smaak wil, kiest voor de Belgicamossel.’ Dat is de conclusie van Stefan Westerlinck, uitbater van het Oostendse mosselrestaurant De Mosselbeurs.

Hij toont zich een zeer kritische proever van de mosselen van reder Versluys die onder het Belgicalabel op de markt komen: ‘Als exploitant moet je weten hoe ze smaken. We zetten de kleine Franse Bouchotmosselen, de Zeeuwse en Belgische mosselen op de kaart. De Belgische serveren we goedkoper omdat we ze ook goedkoper kunnen aankopen. Wat de smaak betreft, ben ik zeer aangenaam verrast. De Belgische mossel heeft meer smaak en er zit meer vlees in. Klanten die mijn advies vragen, beveel ik de Belgische mosselen aan.’

Weetjes over de mossel:

Wat is het grootste gevaar voor mosselen: mensen, zeesterren, krabben, vogels of vissen? Allemaal mis! Storm vormt het grootste gevaar. Zeker voor mosselzaad en halfwasmosselen. Door stormen worden mosselen losgerukt uit de mosselbanken en komen in de greep van sterke stroming en zand. Ze komen in kluwens terecht in geulen en andere plaatsen waar ze niet kunnen overleven. Door een enkele storm kan zo’n hele mosselbank worden weggevaagd en heeft iedereen het nakijken. Daarom vissen mosselkwekers het zaad op, om dit te zaaien op beschutte plekken waar het snel kan groeien. Ook de vogels varen daar wel bij, want zij weten zo een perceel meestal snel te vinden.

235px-Moule_sauvageMosselzaad bestaat uit jonge mosseltjes van ongeveer 1 centimeter. Het opgroeien van mosselzaad tot volwassen mosselen duurt anderhalf tot twee jaar. De volwassen mosselen zijn dan vijf tot zes centimeter lang. Het mosselzaad wordt met houten schoppen uitgezaaid op ondiepe percelen, waar het tij keer op keer planktonrijk voedsel voor de mosseltjes aanvoert. In de Oosterschelde gebeurt het ‘zaaien’ van het mosselzaad bijvoorbeeld op ‘De Vondeling’, een droogvallende plaat. Alle percelen worden gemarkeerd met bakens. Om deze uit elkaar te houden, kleden de vissers ze vaak aan met iets ludieks; een laars, een lap, een mand… Sommige schippers gebruiken altijd dezelfde markeringen, bijvoorbeeld een in 8-vorm gevouwen fietsband. Op 5 meter diepte wordt het al moeilijk om bakens te plaatsen, laat staan als het water nog dieper is. Daarom is het soms moeilijk om je op het water te oriënteren: de bakens staan vaak behoorlijk ver uit elkaar en de exacte grenzen van de percelen zijn best moeilijk aan te houden. De bakens zijn in strenge winters niet bestand tegen ijsgang, en in het voorjaar moeten de percelen weer opnieuw gemarkeerd worden. De bakens zijn dan niet aan te slepen.

Na ongeveer een jaar worden de zogenaamde halfwas mosselen weer opgevist en uitgezet op diepere percelen. Daar groeien zij in anderhalf tot 2 jaar op tot volwassen mosselen. Nog één maal worden zij overgebracht; naar verwaterplaatsen met een harde bodem. Daar kunnen ze zichzelf ‘schoonspoelen’ met helder Oosterscheldewater.

binnenhalenkor

Zijn de dagen van de Zeeuwse mossel geteld? Zo’n vaart zal het wellicht niet lopen, maar in 2008 kondigt zich toch serieuze concurrentie aan. Sinds deze maand trekt Delhaize volop de kaart van de Isle of Shuna-mossel uit de Schotse Shetlands, en in mei zijn de allereerste Flanders Queen-mosselen verkrijgbaar.

Als rasechte liefhebber is de Belg in absolute cijfers een van de grootste mosselverbruikers ter wereld met een gemiddelde consumptie van zowat 30 miljoen kg per jaar. Dat was althans zo tot 2005, want de voorbije twee jaar speelden de weersomstandigheden de Zeeuwse mosselen danig parten, waardoor de geoogste exemplaren veel kleiner waren dan voorheen. De consumptie daalde in 2006 naar 16 miljoen kg, als gevolg van de gemiddelde prijsstijging van 2,54 naar 3,18 euro per kg van de Zeeuwse mossel.

Andere mosselregio’s zien hun kans schoon om op de aantrekkelijke Belgische mosselmarkt door te breken, met als opmerkelijke nieuwe speler Isle of Shune, producent van de Schotse Shetlands. Vanaf deze maand is deze mossel in Delhaize overal aanwezig, en de ambitie is tijdens het eerste jaar ruim 100.000 kg te verkopen en dat aantal jaarlijks minstens te verdubbelen tot verdriedubbelen.

“Eigenlijk waren deze Schetlandmossels dit jaar ook al op beperktere schaal op de Belgische markt te verkrijgen”, zegt Guy Denon, verantwoordelijke voor de vis- en schaaldierenaankoop bij Delhaize. “De Zeeuwse producenten verkochten ze echter als eigen mosselen zodat de intrede op onze markt ongemerkt voorbijging”.

In januari ging in het Zeelandse Middelburg overigens een proces van start dat een nieuwkomer op de mosselmarkt heeft aangespannen tegen de gevestigde waarden. “De Belgische consument wordt bedrogen. Jullie kopen Zeeuwse mosselen die uit Denemarken, Ierland of Duitsland komen, in Yerseke verwaterd worden en verpakt in een zak met Zeeuwse mosselen op”, klaagt directeur Erwin Bastemeijer van SE Zeeland.(KS)

 

 

Bron: Visserijnieuws.punt.nl

scholeksterDe scholekster, gek op mosselen

Mosselen bereiden:

mossel-schilderij 

HET SCHOONMAKEN VAN MOSSELEN

Mosselen die u vers in de winkel koopt zijn zandvrij en ontdaan van hun byssusdraden (baard). De mosselen hoeven slechts goed gespoeld te worden om uitwendig schoon te zijn. Verwijder de kapotte mosselen. De mosselen die openstaan moeten extra nagekeken worden. Je moet deze niet per definitie weggooien. Houd de open mosselen met de bolle kant even onder de koude waterstraal, tik even tegen de schelp. Sluit de mossel zich, dan is hij nog vers en geschikt voor consumptie. De mosselen die open blijven, moet u weggooien.

 

HET BEWAREN VAN MOSSELEN

Bewaar verse mosselen in de groentela van uw koelkast. Leg ze op een treefje (een omgekeerd diep bord kan ook), zodat ze niet in hun eigen vocht komen te liggen. Koop de mosselen bij voorkeur op de dag van bereiding. Hoe verser, hoe lekkerder.

Tip: organiseert u een mosselmaaltijd voor meerdere personen, bestel dan de mosselen ruim van te voren.
Bewaar de mosselen nooit in zoetwater. De mossel is een schelpdier dat in zout water leeft, in zoetwater houdt hij het niet lang uit. Voor het wassen legt u ze best in zout koud water met een beetje bloem in, om de mooie kleur te bewaren tijden het koken nadien.

 

HET KOKEN VAN MOSSELEN (BASISRECEPT)

Voor 4 personen heeft u nodig:

4 kilo mosselen (reken namelijk ongeveer 1 kilo per persoon)

2 uien

2 laurierblaadjes

2 in ringen gesneden preien

peper uit de molen

1 in plakken gesneden wortel

Een paar takjes selderie

Een scheut droge witte wijn (Muscadet), bier of water

Het meest gegeten mosselgerecht ziet er als volgt uit. In één pan worden de mosselen samen met de groente gekookt. Neem hiervoor een zo dun mogelijke pan en gebruik de grootste hittebron van uw kooktoestel. Gebruik een grote pan en vul

deze tot de helft. Leg de groentes onderin de pan en daarop de mosselen. Strooi er peper over , de deksel op de pan en als het kokende vocht opkomt even het deksel oplichten (dat kan wel drie keer nodig zijn). Als alle mosselschelpen openstaan, zijnde

mosselen klaar. Dit duurt ongeveer 10 minuten. Eventueel dicht gebleven schelpen verwijderen en de maaltijd is gereed. De pan hoeft niet afgesloten te worden. Tijdens het eten van de mosselmaaltijd verdient het aanbeveling de pan of en toe om te schudden, zodat de mosselen door het kookvocht lekker sappig blijven. !!! Het is belangrijk dat het kookproces snel verloopt. Een sterke hittebron is dus noodzaak.

Een pan met een dunne bodem zorgt er ook voor dat de inhoud van de pan snel op temperatuur komt. Als alternatief kunt u de pan met een bodempje wijn, bier of water eerst verhitten om vervolgens de groentes en de mosselen toe te voegen.
mossel

Welke wijn bij mosseltjes?

Lichte witte wijnen, mineraal verfijnd:
Muscadet:

Muscadet de Sèvre et Maine is afkomstig uit de streek ‘Beneden-Loire’. De naam Muscadet slaat niet op een streek, maar op de druif; de Muscadet, ook nog Melon de Bourgogne genoemd.
De wijngaarden liggen tussen de twee rivieren, Sèvre en Maine.
Door de invloed van de Atlantische Oceaan heeft de streek een zonnig klimaat.

Verdicchio :

De druif Verdicchio wordt al sinds honderden, zoniet duizenden jaren verbouwd in de heuvels landinwaarts van Ancona in de richting van de bergen en de grens van Umbrië.

Bourgogne Aligoté:

Bourgogne Aligoté is een droge witte wijn van de Aligotédruif. Het is een plezierige wijn met een intens druivig aroma en een sappige evenwichtige smaak.

Picpoul de Pinet: 

Een van de dertien druivensoorten die gebruikt mogen worden in Chateauneuf du Pape is de Picpoul, ook wel Piquepoul gespeld. De Picpoul de Pinet is een heerlijk frisse wijn die gemaakt wordt in de streek net even ten noorden van Agde en ten westen van Montpellier in een plaatsje Pinet genaamd. De druivensoort is de Picpoul Gris

Treinramp in Nederland vermeden

Waarschijnlijk reed een machinist bij Landgraaf door een rood sein.
Twee treinen zijn zondagavond bij het Limburgse Landgraaf bijna op elkaar gebotst. De machinist van een reizigerstrein richting Heerlen is vermoedelijk door een rood sein gereden. De dienstleiding van spoorbeheerder ProRail waarschuwde beide machinisten, waarna de treinen op twintig meter van elkaar tot stilstand kwamen.

De trein die richting Duitsland reed mocht zijn weg vervolgen. Het KLPD begon rond 23.00 uur met onderzoek en gaat beide machinisten verhoren. De zogenoemde Heuvellandlijn is enkelspoors.

In verband met het onderzoek reden er van en naar Landgraaf lange tijd geen treinen rijden. Reizigers tussen Heerlen en Kerkrade Centrum moesten rekening houden met een vertraging van een half uur tot drie kwartier. Er werden bussen ingezet. Inmiddels is de dienstregeling weer hervat.

Bron: dag.nl

Belgische Olympische sportlui voor Beijing

De selectiecommissie van het BOIC is op 21 juli voor de laatste keer samengekomen om zich uit te spreken over de laatste selecties voor de Olympische Spelen van Peking 2008.Volgende atleten werden geselecteerd:
http://www.olympic.be/opendoc.asp?docID=html.Sport.Atl_BOTPekS&MMID=2_1_3
Atletiek:

DESMET Pieter: 3.000 m Steeple
RANS Kevin: Polsstokspringen
RIZKI Monder: 5.000 m

Triatlon:

CROES Peter : Olympische afstand

Volleybal:

MOUHA Liesbeth: Beach Volley
VAN BREEDAM Liesbet: Beach Volley

Voor atletiek werden de namen bekendgemaakt van de atleten die zullen deelnemen aan de aflossingsproeven. Dit gebeurde aan de hand van de voorstellen van de betrokken trainers.

Voor de vrouwen 4x100m :

BORLEE Bolivia
DAVIN Elisabeth
GEVAERT Kim
MARIEN Hanna
OUEDRAOGO Elodie
PENEN Frauke

Voor de mannen 4x400m :

BEYENS Kristof
BORLEE Jonathan
BORLEE Kevin
DUERINCK Nils
GHISLAIN Arnaud
VAN BRANTEGHEM Cédric

Dit brengt het aantal atleten van het Belgian Olympic Team vandaag op 94 (ttz 71 mannen en 23 vrouwen).

61 van deze atleten maken deel uit van een ploegsport, een aflossingsproef of een discipline met meerdere atleten.


Kleinste stad ter wereld

Belgie komt de laatste tijd meer en meer in de berichtgeving voor, niet altijd positief. Het wordt tijd dat we daar iets aan veranderen. Ook Belgie heeft zijn troeven en daar moeten we meer mee naar buiten komen. We vinden Belgie echt wel terug in de wereldstatistieken, al is het maar met de kleinste stad ter wereld, we moeten ergens beginnen.

Durbuy is het centrum van de belgische ardennen en is zeer toeristisch. Het is gelegen in de Ourthe & Aisne streek; twee van de kleine riviertjes die Durbuy en omstreken doorkruisen en die mede de oorzaak zijn van het schilderachtig geheel!
Als je een beetje sportief bent, dan is dit zelfs te doen met de fiets. Af en toe een stevige kuitenbijter, maar éénmaal op je bestemming, zozeer de moeite waard.  Hier kan je genieten van een onvergetelijk verblijf in prachtige natuur en een mooie omgeving van de Belgische Ardennen!

Men weet niets over het ontstaan van de stad, ergens waarschijnlijk in de Middeleeuwen. Terwijl tal van dorpen uit de omgeving reeds in de achtste en negende eeuw worden geciteerd, komt Durbuy pas officieel in de geschiedenis voor, met haar kasteel, vanaf de elfde eeuw.

De perkamenten uit 1078 en 1183 zijn duidelijk en laten er geen twijfel over bestaan: “Dolbui castello” en “Castellum de Durbui”. Durbuy staat er, met haar kasteel en uiteraard met haar domein; later “la Terre de Durbuy” (het land van Durbuy) genoemd. Van de twaalfde tot de dertiende eeuw is Durbuy het eigendom van de Graven van Luxemburg die ze heel vroeg integreren in het verdedigingssysteem van de graafschappen van Luxemburg, La Roche en van de Terre de Durbuy, en meermaals zien wij La Roche, Bastenaken, Marche en Durbuy zich verenigen om het noorden van Luxemburg te verdedigen tegen de naburige invallen. Gerard van Luxemburg en later Jan de Blinde, graaf van Luxemburg en koning van Bohème doen er alles aan om deze steden van goede vestigingen te voorzien.

Zo krijgt Durbuy, die zopas door een vestingmuur omringd werd, van Jan Van Bohème de status van stad (1331) toegekend. Zoals u het kan merken is het primitieve plan van Durbuy tot op heden intact gebleven. Het tracé van de straten is praktisch ongewijzigd gebleven, en alhoewel de grachten van de oude stad opgevuld werden (1724-1725), de omtrek van de oorspronkelijke ruimte is steeds zichtbaar. De vestingmuur die is blijven bestaan langs de parking van La Roche in la Falize dateert van 1724-1725.

Al heeft de stad in de dertiende eeuw haar poorten en vestingmuren verloren, en het kasteel zijn torens en courtines, het uiterlijke van de plaats is relatief weinig veranderd als men de beschrijving leest die Guillaume de Machault (1300-1377) er van schreef tijdens één van zijn verblijven op het kasteel, te gast bij Jan van Bohème (1296-1346).

Kleinste republiek ter wereld

Nauru (Nauruaans: Naoero) is een eiland in de Stille Oceaan. Het land telt 13.770 inwoners. Yaren is de de facto hoofdstad van Nauru en telt tussen de 3000 en 4000 inwoners. Nauru is een zelfstandige staat, en behoort tot de kleinste onafhankelijke staten in de wereld (zowel qua oppervlakte als inwonertal staat het eiland op de op drie na laatste plaats op de wereldranglijst). Nauru is de kleinste republiek ter wereld. Het is ook het kleinste land ter wereld met een internationale luchthaven. Het enige vliegtuig dat het eiland in bezit had, is nu echter in bezit van de Verenigde Staten. Het is bovendien het enige Oceanische land dat uit slechts één eiland bestaat. Nauru werd op 31 januari 1968 onafhankelijk van Australië.

Het eiland heeft een oppervlakte van 21 km² en is ongeveer ovaalvormig. Het ligt ten noordwesten van Tuvalu, ten noordoosten van de Solomoneilanden, en ten zuidwesten van Kiribati. Het land moet vrijwel alle voedingsmiddelen importeren omdat productie op het eiland niet goed mogelijk is. Het enige belangrijke exportproduct zijn fosfaten, die echter in 2003 bijna uitgeput zijn. Er is een enkelspoor om de fosfaten af te voeren.

Nauru telt 14 districten en verspreid over het eiland zijn er meer dan 14 kleine dorpjes. Bijna alle dorpjes op Nauru liggen aan de kust, behalve het dorp Buada, dat echter door de Buadalagune ook rond water ligt. Nauru heeft geen rivieren, maar er zijn wel diverse kleine kanalen. Het enige meertje is de lagune van Buada. Het enige hotel in het land is het Menen Hotel dat in het dorp Meneng ligt, aan de zuidoostkust.

Blauw met een horizontale kleine gele streep in het midden en links onder een witte ster. De ster duidt de ligging van het eiland aan tov de evenaar (de gele streep), en de twaalf punten op de ster duidt de twaalf stammen aan die leven op het eiland.

Nationale feestdag, vrede is een beroep deel III

Wat is samenleven, co-existentie 

Kumar Rupesinghe

Images%5CLinks%5CDR'S-PIC02

 

 

Het leerproces om samen te leven, om samen te bestaan, leren verschillen te aanvaarden en de wereld veilig maken voor verschillen, is de grootste uitdaging die we in deze 21st E hebben. Co-existentie is een term die vaak in verschillende contexten gebruikt wordt, een sleutelwoord in veel sociale en politieke bewegingen. De kern van het woord co-existentie is de relatie met de anderen, de kennis dat “de anderen” bestaan.

 Co-existentie is leren samen leven, de verscheidenheid te aanvaarden en dit te vertalen in een positieve samenleving. Onze identiteit ligt in onze relatie met anderen, naar anderen toe. Als relaties affirmatief en gelijk zijn, houden zij ook waardigheid en vrijheid in. Relaties die negatief en destructief zijn, ontnemen ons van menselijke waardigheid en zelfrespect. Dit geldt zowel voor persoonlijke relaties als groepsrelaties als zelfs relaties tussen staten. Een van de basis concepten van de Westerse cultuur in het algemeen, is dat een entiteit pas bestaat als het erkend wordt door een ander. Daarom besloot Hegel dat “bestaan” (existentie) reeds een co-existentie inhoudt. Er bestaan vele voorbeelden waar gestreden wordt voor erkenning. Een significant voorbeeld van deze strijd tot erkenning en co-existentie is de vrouwenbeweging, de emancipatie, voorheen de slavenbevrijding, en voordien de ontwrichting van het feodaal stelsel.

Het woord “vreedzame samenleving” werd vlug een strategisch concept om te overleven en een grens te trekken tussen een oorlog en vrede in de letterlijke zin van het woord. De staten erkenden elkaar officieel en hierdoor ontstond er een vreedzame naast elkaar bestaan, in de prille zin van het woord. Zolang de teritoriale grenzen niet overschreven werden en er geen interne inmenging was, leven de staten in vrede met elkaar, ook al is oorlog niet ver af, net zoals in de tijd van de koude oorlog.  Co-existentie, prille vreedzame samenleving levend op stricte regels, bestaat niet alleen tussen staten, het bestaat ook interstataal, tussen rassen, verschillende cultuurgroepen, stammen en andere godsdiensten. De verdere uitbreiding van co-existentie is de grote uitdaging van deze eeuw. Uit de twee wereldoorlogen, de inrichting van de Europese landen en de decolonisatie van de vorige eeuw, groeit nu het proces van de ethnische identiteiten die een uitdaging zijn voor het huidig bestaande staatsysteem in verschillende landen. De eeuwige strijd voor nieuwe identiteiten is steeds veranderlijk. Deze strijd heeft de laatste jaren ook geleid tot verscheuringen van landen, hervormingen van grenzen, zoals in Tjechoslovakije waar het heel vreedzaam gebeurde, in Yougoslavie waar het gepaard ging met genocide en oorlogen, Cyprus waar het een langdurig conflict is en nog andere landen in Azie. Ook zien we een naar elkaar toegroeien van entiteiten, zoals het definieren van de Europese Unie een klassiek voorbeeld is, langs economische weg een co-existentie uitbreiden en in vastere vorm gieten.

WomenForPeace1

 

 

Als we onze wereldkaart een beetje beter bekijken, zien we dadelijk dat er globaal veel ethnische, rasiaal en religieuze scheuren zitten in verschillende naties. Dit kan en heeft een verschillende uitwerking op het politieke dan wel op het sociale leven in die staten. We weten al een tijdje dat het modernisme in onze samenleving niet automatisch leidt tot het meer bewustworden van 1 natie of zorgt voor een erosie van culturele, ethnische of religieuze samenleving. De sociale veranderingen die de laatste decada hebben plaatsgevonden, hebben juist voor het tegenovergestelde gezorgd. Studies, die zich gefocused hebben op het individu als basiselement in de analyse van een conflict, wezen ons erop dat de nood aan een identiteit fundamenteel is voor de overleving en het welzijn van dit individu in de sociale kring waarin hij leeft, bestaat, existeert, en zodus ook moet co-existeren.

Burton wijst als voorbeeld conflictsituaties in die vorm aan, het conflict in de Arabische-Palestijnse regio, het Cyprus conflict en het conflict in Noord-Ierland. De toenadering in deze conflicten, de nood aan identiteit, wijst ons de essentiele middelen aan om tot individuele ontwikkeling te komen.

Als basis van een co-existentie hebben we dus een ruimte nodig waar het individu zijn eigen identiteit in kan beoefenen en hiervoor erkend wordt. Dat kan de nauwste vorm zijn van samenleving met andere identiteiten: de ruimte omschrijven en vastleggen en eisen dat de andere die niet overschrijdt, zonder verder zich met elkaar te moeien.

Voor sommigen is deze bepaling van co-existentie iets te nauw. Het is meer de samenlevingsvorm in de zin van de koude oorlog. Een ruimere zin van co-existentie is de twee leefgroepen te mengen, nauwer samen te brengen, toch de ruimtes te laten overschrijden en de wet van de meerderheid te laten gelden, mits er garanties worden omschreven en nageleefd naar de minderheid toe. Dit laatste houdt dan wel in dat deze vorm van co-existentie gefundeerd wordt op een flexibele relatie, dynamisch en positief gericht. Dit houdt ook in dat er een grote aanvaarding en respect moet bestaan tussen de verschillende leefgroepen naar elkaars identiteit toe en waar de communities door de tijd heen, steeds een aangepast mechanisme in hun leefregels kunnen inlassen om hun samenleving aan te passen naar de verandering van hun identiteit toe. Zowel identiteiten, cultureel, ethnisch of religieus, zijn niet standvastig, zij evolueren door de tijd heen, zeker als er een vreedzame co-existentie is met andere groepen. Hierdoor is een flexibiliteit van de verschillende groepen steeds vereist.

Om een co-existentie te verkrijgen, zijn er verschillende manieren van toepassing. Ook zijn er verschillende probleemstellingen. Er is een andere toenadering nodig als er reeds een conflict is en er een oplossing moet gezocht worden voor het geweld. Terwijl de toenadering voor het voorkomen van een conflict heel anders is, in de zin van het voorkomen van een geweldadig conflict. Als we de milieugroeperingen nemen als voorbeeld, zij zijn reeds een hele tijd aan de gang om de mensen bewust te maken van de natuur op onze planeet, nog voor er -in onze ogen- echt een conflict bestond. De emancipatiebeweging is een ander voorbeeld van het focussen op erkenning en de strijd tussen gelijkheid en vrijheid, zonder dat er een geweldadig conflict aan de gang is.

Deze bewustmakingen van zowel de milieupartijen als de emancipatiebewegingen, werken op een andere manier, dan dat je echt twee of meer verschillende leefgroepen moet samenbrengen om geweld te voorkomen. Hier is een transformatie nodig, een transformatie van de verschillende identiteiten om zo de gedachten van de twee groepen meer op 1 lijn te zetten. Om dit te bekomen moet men streven naar een verandering in sociale patronen en een verandering in denken. Dit is ook van toepassing in de discusie over de natuur en de emancipatie, maar aangezien dit niet gepaard gaat met haat of geweldgedachten, werkt dit anders. Conflicten zijn eigen aan de mensheid, het is ook een positief proces om tot verandering te komen, alleen geweldadige conflicten moeten voorkomen worden en dat gaat enkel als men een zekere flexibiliteit inbouwt in zijn identiteit en dat in de gedachtengang van de antagonisten.

Voor we het te ingewikkeld maken, hebben we ook nog het verschil van co-existentie of samenleving op politiek en op maatschappelijk vlak. Meestal zijn de leefgroepen meer flexibel. Vaak zijn de veranderingen reeds ingetreden op sociaal vlak, voor de politiek er op reageert. Voor de ‘populaire’ politiek echt veranderingen op sociaal vlak wil doorvoeren, moet normaal al de meerderheid in de maatschappij deze veranderingen aanvaard hebben, anders zou het eventueel een politieke zelfmoordactie kunnen zijn. Ook hebben sociale veranderingen, dus samenlevingsproblemen, niet echt een politieke prioriteit. Er staan andere zaken eerst op de agenda, zodat het achteruitschuiven van deze sociale problemen wel eens na een tijd als een sneeuwballeneffect kan escaleren. En dan zit de staat met een probleem, een conflict dat kon voorkomen worden. Ook is het niet altijd gemakkelijk om een samenlevingsprobleem politiek op te lossen, dit vraagt wettelijke aanpassingen, een constitutionele ingreep soms, electorale hervormingen en kan zelfs leiden tot een federalisme of afscheuring. Daarom blijven de meeste politieke partijen en regeringen liever zo lang mogelijk van een co-existentie probleem af.

Het verschil met een maatschappelijke co-existentie is dat de groepen soms zelf onderling een oplossing zoeken en vinden in de ruimte die er bestaat tussen de erkenning en het respect. Daarom is de nauwe omschrijving van vreedzame samenleving, vastgelegd enkel in grenzen en lijnen, niet altijd of vaak nooit de beste oplossing. De meer ruimere interpretatie waardoor de lijnen van de samenlevingsregels worden vastgelegd door respect en erkenning onderling in gelijkheid, meer kans op slagen heeft. Hoe deze vorm van samenleving tot stand komt, is juist DE uitdaging van de 21ste E. Hoe de samenleving zelf en de leefgroepen zelf naar elkaar toegroeien, zonder echt de politieke omlijning nodig te hebben, vindt men in de flexibiliteit en de erkenning van identiteiten.

Volgens Mari Fitzduff, die werkt voor de Community Relations Work in Noord-Ierland, is dit te bekomen door opvoeding. Opvoeding van de verschillende individuen in hun verscheidenheid zodat zij een open dialoog kunnen voeren naar anderen toe. Met het opleggen van wetten en de co-existentie vastleggen in politieke limieten, bekomt men enkel meer kans tot intimidatie en dreiging, dit volgens Mari Fitzduff. In deze tijd van grootschalig sociaal netwerk en de vlugge informatiekanalen, kan men beginnen met de kinderen van kleins af aan op te voeden in de verscheidenheid die de wereld te bieden heeft, en waar toch plaats is voor zichzelf. Het project van Bill Gates-stichting, e.a, die de PC en het internet aanbiedt aan kansarmen, verhoogt het contact met verschillende leefgroepen op onze planeet. De opvoeding is gebaseerd op het leren samen te leven. De Internationale Commissie van Educatie van de 21ste E. heeft in zijn rapport de vier pillaren van het onderwijs vastgelegd, waarbij ‘leren met elkaar te leven’ de hoofdpeiler is. Om de scholen en het onderwijs hierin te ondersteunen is het de uitdaging van deze eeuw om iedereen mee in dit proces te betrekken, families, ondernemingen, regeringen, het culturele en artistenleven, enz. Dit zou een grote uitdaging zijn.

Om het onderwijs hierin te ondersteunen zijn uiteraard meer practische dingen nodig. De meeste studenten leren voorbeelden uit hun eigen culturele omgeving. Langs het internet om, zouden er in de leerplannen over heel de wereld, meer diversiteit-voorbeelden kunnen gegeven worden. Dit kan al een grote bijdrage zijn om het denkpatroon van kinderen te vergroten. Samenwerking met leeftijdgenoten in een ander deel van de wereld, ook al is de taal die gebruikt wordt, gelijk, is een enorme verrijking voor de culturele denkruimte van kinderen. Multiculturele opvoeding toetst dadelijk elke identiteit aan zijn bestaansreden. Tijdens en na de koude oorlog was een vredesopvoeding de boodschap in het onderwijs, nu met de ethnische problemen is een multiculturele opvoeding, berust op een bewuste eigen identiteit, de oplossing voor de co-existentieconflicten uit deze tijd.

Een voorbeeld naar religieuze toenadering van verschillende groepen, vindt men in die landen die naast de lessen over de religie die de kinderen aanhangen van thuis uit of eigen keuze, ook inzage krijgen in de religie van de andere kinderen om hen heen. Er ontstaat dan een band, een kennen en hierdoor erkenning en hierdoor het naast en met elkaar samenleven in hun eigen religie.

Wat de politiek hierin kan doen, op het co-existentieprobleem, is voor mij vrij duidelijk. Net zoals in de jaren ’70 er een minister van leefmilieu in vele regeringen ingelast werd, kan men nu een minister van samenleving invoeren, die de post van welzijn uitbreidt. Er zou meer werk van verenigingsleven moeten komen in wijken of regio’s waar het totaal ontbreekt, een vereningingsleven dat niet verzuild is, maar multicultureel is, op cultureel, sociaal en sportief vlak.  Vaak hoor ik op mijn werkvlak mensen langs elkaar heen praten, overelkaar en toch over elkaar. Ook al zijn mensen buren, toch gebeurt het vaak dat ze elkaars geschiedenis, achtergrond, taal noch gewoontes kennen. Hierdoor ontstaat er een ontkenning die regelrecht indruist tegen het kennen en erkenning die een samenleving nodig heeft.

Daarom zijn deze punten echt van fundamentaal belang om een co-existentie op lange termijn van de grond te krijgen: 

 

Confrontatie: identiteiten die elkaar confronteren, op het zelfde niveau, open naar elkaar toe, standvastig in hun eigenheid. 

Begrip voor ieders visie van het verhaal, elkaars noden erkennend alszijnde eigen van hun eigenheid. 

Verzoening als dit te bereiken valt, en vriendschap als dit tot de mogelijkheid behoort, in respect naar elkaar toe. 

Transformatie in e relatie, en dit door gelijkheid te creeeren waar ongelijkheid is, samen te werken op gelijke basis, bv in straatevenementen of in wijkfeestjes. 

Alleen als hieraan voldaan wordt, kan een samenleving veranderen en kunnen verschillende leefgroepen naar elkaar toegroeien, zonder in elkaars vaarwater te treden. Ook wij, elk van ons kunnen hieraan meewerken. Als we wachten op de politiek is het vaak te laat en is er reeds en gewelddadig conflict of moet er te zwaar worden opgetreden dat echte co-existentie niet meer mogelijk is en er een afscheuring optreedt. De hoofdpeiler van co-existentie is educatie en flexibiliteit in de samenleving, naar elkaar toe en dit in gelijkheid.

*Kumar Rupesinghe, geboren in Sri Lanka, is lid van The State of the World Forum, directeur van de afdeling Co-existence Initiative nadat hij 6 jaar secretaris generaal was van de International Alert in het Verenigd Koninkrijk, een NGO met mandaat om niet-militaire geweldadige interne conflicten te voorkomen. Voordien was hij directeur van het programma van Ethnisch conflict en conflict oplossing centrum van het Internationaal Vredes onderzoek instituut. Hij is een gedreven schrijver over dit onderwerp en auteur en uitgever van meer dan 25 boeken over dit onderwerp. 

Deel II, vrede is een beroep

 

Deel I, vrede is een beroep