Wat is samenleven, co-existentie
Kumar Rupesinghe

Het leerproces om samen te leven, om samen te bestaan, leren verschillen te aanvaarden en de wereld veilig maken voor verschillen, is de grootste uitdaging die we in deze 21st E hebben. Co-existentie is een term die vaak in verschillende contexten gebruikt wordt, een sleutelwoord in veel sociale en politieke bewegingen. De kern van het woord co-existentie is de relatie met de anderen, de kennis dat “de anderen” bestaan.
Co-existentie is leren samen leven, de verscheidenheid te aanvaarden en dit te vertalen in een positieve samenleving. Onze identiteit ligt in onze relatie met anderen, naar anderen toe. Als relaties affirmatief en gelijk zijn, houden zij ook waardigheid en vrijheid in. Relaties die negatief en destructief zijn, ontnemen ons van menselijke waardigheid en zelfrespect. Dit geldt zowel voor persoonlijke relaties als groepsrelaties als zelfs relaties tussen staten. Een van de basis concepten van de Westerse cultuur in het algemeen, is dat een entiteit pas bestaat als het erkend wordt door een ander. Daarom besloot Hegel dat “bestaan” (existentie) reeds een co-existentie inhoudt. Er bestaan vele voorbeelden waar gestreden wordt voor erkenning. Een significant voorbeeld van deze strijd tot erkenning en co-existentie is de vrouwenbeweging, de emancipatie, voorheen de slavenbevrijding, en voordien de ontwrichting van het feodaal stelsel.
Het woord “vreedzame samenleving” werd vlug een strategisch concept om te overleven en een grens te trekken tussen een oorlog en vrede in de letterlijke zin van het woord. De staten erkenden elkaar officieel en hierdoor ontstond er een vreedzame naast elkaar bestaan, in de prille zin van het woord. Zolang de teritoriale grenzen niet overschreven werden en er geen interne inmenging was, leven de staten in vrede met elkaar, ook al is oorlog niet ver af, net zoals in de tijd van de koude oorlog. Co-existentie, prille vreedzame samenleving levend op stricte regels, bestaat niet alleen tussen staten, het bestaat ook interstataal, tussen rassen, verschillende cultuurgroepen, stammen en andere godsdiensten. De verdere uitbreiding van co-existentie is de grote uitdaging van deze eeuw. Uit de twee wereldoorlogen, de inrichting van de Europese landen en de decolonisatie van de vorige eeuw, groeit nu het proces van de ethnische identiteiten die een uitdaging zijn voor het huidig bestaande staatsysteem in verschillende landen. De eeuwige strijd voor nieuwe identiteiten is steeds veranderlijk. Deze strijd heeft de laatste jaren ook geleid tot verscheuringen van landen, hervormingen van grenzen, zoals in Tjechoslovakije waar het heel vreedzaam gebeurde, in Yougoslavie waar het gepaard ging met genocide en oorlogen, Cyprus waar het een langdurig conflict is en nog andere landen in Azie. Ook zien we een naar elkaar toegroeien van entiteiten, zoals het definieren van de Europese Unie een klassiek voorbeeld is, langs economische weg een co-existentie uitbreiden en in vastere vorm gieten.

Als we onze wereldkaart een beetje beter bekijken, zien we dadelijk dat er globaal veel ethnische, rasiaal en religieuze scheuren zitten in verschillende naties. Dit kan en heeft een verschillende uitwerking op het politieke dan wel op het sociale leven in die staten. We weten al een tijdje dat het modernisme in onze samenleving niet automatisch leidt tot het meer bewustworden van 1 natie of zorgt voor een erosie van culturele, ethnische of religieuze samenleving. De sociale veranderingen die de laatste decada hebben plaatsgevonden, hebben juist voor het tegenovergestelde gezorgd. Studies, die zich gefocused hebben op het individu als basiselement in de analyse van een conflict, wezen ons erop dat de nood aan een identiteit fundamenteel is voor de overleving en het welzijn van dit individu in de sociale kring waarin hij leeft, bestaat, existeert, en zodus ook moet co-existeren.
Burton wijst als voorbeeld conflictsituaties in die vorm aan, het conflict in de Arabische-Palestijnse regio, het Cyprus conflict en het conflict in Noord-Ierland. De toenadering in deze conflicten, de nood aan identiteit, wijst ons de essentiele middelen aan om tot individuele ontwikkeling te komen.
Als basis van een co-existentie hebben we dus een ruimte nodig waar het individu zijn eigen identiteit in kan beoefenen en hiervoor erkend wordt. Dat kan de nauwste vorm zijn van samenleving met andere identiteiten: de ruimte omschrijven en vastleggen en eisen dat de andere die niet overschrijdt, zonder verder zich met elkaar te moeien.
Voor sommigen is deze bepaling van co-existentie iets te nauw. Het is meer de samenlevingsvorm in de zin van de koude oorlog. Een ruimere zin van co-existentie is de twee leefgroepen te mengen, nauwer samen te brengen, toch de ruimtes te laten overschrijden en de wet van de meerderheid te laten gelden, mits er garanties worden omschreven en nageleefd naar de minderheid toe. Dit laatste houdt dan wel in dat deze vorm van co-existentie gefundeerd wordt op een flexibele relatie, dynamisch en positief gericht. Dit houdt ook in dat er een grote aanvaarding en respect moet bestaan tussen de verschillende leefgroepen naar elkaars identiteit toe en waar de communities door de tijd heen, steeds een aangepast mechanisme in hun leefregels kunnen inlassen om hun samenleving aan te passen naar de verandering van hun identiteit toe. Zowel identiteiten, cultureel, ethnisch of religieus, zijn niet standvastig, zij evolueren door de tijd heen, zeker als er een vreedzame co-existentie is met andere groepen. Hierdoor is een flexibiliteit van de verschillende groepen steeds vereist.
Om een co-existentie te verkrijgen, zijn er verschillende manieren van toepassing. Ook zijn er verschillende probleemstellingen. Er is een andere toenadering nodig als er reeds een conflict is en er een oplossing moet gezocht worden voor het geweld. Terwijl de toenadering voor het voorkomen van een conflict heel anders is, in de zin van het voorkomen van een geweldadig conflict. Als we de milieugroeperingen nemen als voorbeeld, zij zijn reeds een hele tijd aan de gang om de mensen bewust te maken van de natuur op onze planeet, nog voor er -in onze ogen- echt een conflict bestond. De emancipatiebeweging is een ander voorbeeld van het focussen op erkenning en de strijd tussen gelijkheid en vrijheid, zonder dat er een geweldadig conflict aan de gang is.
Deze bewustmakingen van zowel de milieupartijen als de emancipatiebewegingen, werken op een andere manier, dan dat je echt twee of meer verschillende leefgroepen moet samenbrengen om geweld te voorkomen. Hier is een transformatie nodig, een transformatie van de verschillende identiteiten om zo de gedachten van de twee groepen meer op 1 lijn te zetten. Om dit te bekomen moet men streven naar een verandering in sociale patronen en een verandering in denken. Dit is ook van toepassing in de discusie over de natuur en de emancipatie, maar aangezien dit niet gepaard gaat met haat of geweldgedachten, werkt dit anders. Conflicten zijn eigen aan de mensheid, het is ook een positief proces om tot verandering te komen, alleen geweldadige conflicten moeten voorkomen worden en dat gaat enkel als men een zekere flexibiliteit inbouwt in zijn identiteit en dat in de gedachtengang van de antagonisten.
Voor we het te ingewikkeld maken, hebben we ook nog het verschil van co-existentie of samenleving op politiek en op maatschappelijk vlak. Meestal zijn de leefgroepen meer flexibel. Vaak zijn de veranderingen reeds ingetreden op sociaal vlak, voor de politiek er op reageert. Voor de ‘populaire’ politiek echt veranderingen op sociaal vlak wil doorvoeren, moet normaal al de meerderheid in de maatschappij deze veranderingen aanvaard hebben, anders zou het eventueel een politieke zelfmoordactie kunnen zijn. Ook hebben sociale veranderingen, dus samenlevingsproblemen, niet echt een politieke prioriteit. Er staan andere zaken eerst op de agenda, zodat het achteruitschuiven van deze sociale problemen wel eens na een tijd als een sneeuwballeneffect kan escaleren. En dan zit de staat met een probleem, een conflict dat kon voorkomen worden. Ook is het niet altijd gemakkelijk om een samenlevingsprobleem politiek op te lossen, dit vraagt wettelijke aanpassingen, een constitutionele ingreep soms, electorale hervormingen en kan zelfs leiden tot een federalisme of afscheuring. Daarom blijven de meeste politieke partijen en regeringen liever zo lang mogelijk van een co-existentie probleem af.
Het verschil met een maatschappelijke co-existentie is dat de groepen soms zelf onderling een oplossing zoeken en vinden in de ruimte die er bestaat tussen de erkenning en het respect. Daarom is de nauwe omschrijving van vreedzame samenleving, vastgelegd enkel in grenzen en lijnen, niet altijd of vaak nooit de beste oplossing. De meer ruimere interpretatie waardoor de lijnen van de samenlevingsregels worden vastgelegd door respect en erkenning onderling in gelijkheid, meer kans op slagen heeft. Hoe deze vorm van samenleving tot stand komt, is juist DE uitdaging van de 21ste E. Hoe de samenleving zelf en de leefgroepen zelf naar elkaar toegroeien, zonder echt de politieke omlijning nodig te hebben, vindt men in de flexibiliteit en de erkenning van identiteiten.
Volgens Mari Fitzduff, die werkt voor de Community Relations Work in Noord-Ierland, is dit te bekomen door opvoeding. Opvoeding van de verschillende individuen in hun verscheidenheid zodat zij een open dialoog kunnen voeren naar anderen toe. Met het opleggen van wetten en de co-existentie vastleggen in politieke limieten, bekomt men enkel meer kans tot intimidatie en dreiging, dit volgens Mari Fitzduff. In deze tijd van grootschalig sociaal netwerk en de vlugge informatiekanalen, kan men beginnen met de kinderen van kleins af aan op te voeden in de verscheidenheid die de wereld te bieden heeft, en waar toch plaats is voor zichzelf. Het project van Bill Gates-stichting, e.a, die de PC en het internet aanbiedt aan kansarmen, verhoogt het contact met verschillende leefgroepen op onze planeet. De opvoeding is gebaseerd op het leren samen te leven. De Internationale Commissie van Educatie van de 21ste E. heeft in zijn rapport de vier pillaren van het onderwijs vastgelegd, waarbij ‘leren met elkaar te leven’ de hoofdpeiler is. Om de scholen en het onderwijs hierin te ondersteunen is het de uitdaging van deze eeuw om iedereen mee in dit proces te betrekken, families, ondernemingen, regeringen, het culturele en artistenleven, enz. Dit zou een grote uitdaging zijn.
Om het onderwijs hierin te ondersteunen zijn uiteraard meer practische dingen nodig. De meeste studenten leren voorbeelden uit hun eigen culturele omgeving. Langs het internet om, zouden er in de leerplannen over heel de wereld, meer diversiteit-voorbeelden kunnen gegeven worden. Dit kan al een grote bijdrage zijn om het denkpatroon van kinderen te vergroten. Samenwerking met leeftijdgenoten in een ander deel van de wereld, ook al is de taal die gebruikt wordt, gelijk, is een enorme verrijking voor de culturele denkruimte van kinderen. Multiculturele opvoeding toetst dadelijk elke identiteit aan zijn bestaansreden. Tijdens en na de koude oorlog was een vredesopvoeding de boodschap in het onderwijs, nu met de ethnische problemen is een multiculturele opvoeding, berust op een bewuste eigen identiteit, de oplossing voor de co-existentieconflicten uit deze tijd.
Een voorbeeld naar religieuze toenadering van verschillende groepen, vindt men in die landen die naast de lessen over de religie die de kinderen aanhangen van thuis uit of eigen keuze, ook inzage krijgen in de religie van de andere kinderen om hen heen. Er ontstaat dan een band, een kennen en hierdoor erkenning en hierdoor het naast en met elkaar samenleven in hun eigen religie.
Wat de politiek hierin kan doen, op het co-existentieprobleem, is voor mij vrij duidelijk. Net zoals in de jaren ‘70 er een minister van leefmilieu in vele regeringen ingelast werd, kan men nu een minister van samenleving invoeren, die de post van welzijn uitbreidt. Er zou meer werk van verenigingsleven moeten komen in wijken of regio’s waar het totaal ontbreekt, een vereningingsleven dat niet verzuild is, maar multicultureel is, op cultureel, sociaal en sportief vlak. Vaak hoor ik op mijn werkvlak mensen langs elkaar heen praten, overelkaar en toch over elkaar. Ook al zijn mensen buren, toch gebeurt het vaak dat ze elkaars geschiedenis, achtergrond, taal noch gewoontes kennen. Hierdoor ontstaat er een ontkenning die regelrecht indruist tegen het kennen en erkenning die een samenleving nodig heeft.
Daarom zijn deze punten echt van fundamentaal belang om een co-existentie op lange termijn van de grond te krijgen:
• Confrontatie: identiteiten die elkaar confronteren, op het zelfde niveau, open naar elkaar toe, standvastig in hun eigenheid.
• Begrip voor ieders visie van het verhaal, elkaars noden erkennend alszijnde eigen van hun eigenheid.
• Verzoening als dit te bereiken valt, en vriendschap als dit tot de mogelijkheid behoort, in respect naar elkaar toe.
• Transformatie in e relatie, en dit door gelijkheid te creeeren waar ongelijkheid is, samen te werken op gelijke basis, bv in straatevenementen of in wijkfeestjes.
Alleen als hieraan voldaan wordt, kan een samenleving veranderen en kunnen verschillende leefgroepen naar elkaar toegroeien, zonder in elkaars vaarwater te treden. Ook wij, elk van ons kunnen hieraan meewerken. Als we wachten op de politiek is het vaak te laat en is er reeds en gewelddadig conflict of moet er te zwaar worden opgetreden dat echte co-existentie niet meer mogelijk is en er een afscheuring optreedt. De hoofdpeiler van co-existentie is educatie en flexibiliteit in de samenleving, naar elkaar toe en dit in gelijkheid.
*Kumar Rupesinghe, geboren in Sri Lanka, is lid van The State of the World Forum, directeur van de afdeling Co-existence Initiative nadat hij 6 jaar secretaris generaal was van de International Alert in het Verenigd Koninkrijk, een NGO met mandaat om niet-militaire geweldadige interne conflicten te voorkomen. Voordien was hij directeur van het programma van Ethnisch conflict en conflict oplossing centrum van het Internationaal Vredes onderzoek instituut. Hij is een gedreven schrijver over dit onderwerp en auteur en uitgever van meer dan 25 boeken over dit onderwerp.
Deel II, vrede is een beroep
Deel I, vrede is een beroep